In de aflevering van Andere Tijden Sport van 26 juli 2026 kijken wielrensters Leontien van Moorsel (1969) en Jeannie Longo (1958) terug op hun legendarische surplace op Alpe d’Huez in 1992. Zij kwamen in een surplace terecht omdat Van Moorsel weigerde de koppositie over te nemen zodat ze haar leidende positie in de Tour de France voor vrouwen beter kon verdedigen. Dit moment maakte hun rivaliteit wereldwijd zichtbaar. Jarenlang botsten hun persoonlijkheden, ambities en nationale verwachtingen. In deze aflevering ontmoeten ze elkaar opnieuw, spreken openhartig over misverstanden en competitie en tonen voor het eerst wederzijds begrip. Zo begraven de voormalige rivalen definitief de strijdbijl.
Van Moorsel is één van de meest succesvolle Nederlandse wielrensters, met drie olympische titels in Sydney 2000, meerdere wereldkampioenschappen op weg en baan en diverse wereldrecords in het tijdrijden. Longo domineerde het tijdperk voordat Van Moorsel haar overwinningen behaalde. Zij is nog steeds één van de meest gelauwerde wielrensters ter wereld, met meer dan dertig wereldtitels, deelname aan zeven Olympische Spelen en olympisch goud in de tijdrit van 1996. Haar carrière besloeg ruim drie decennia.
Hun rivaliteit ontstond begin jaren 90 toen Van Moorsel de gevestigde orde begon uit te dagen. Longo was de dominante kampioene, koel en berekenend, gewend om te winnen. Van Moorsel was de nieuwe kracht: explosief, emotioneel, en gedreven door een enorme bewijsdrang. Die botsende persoonlijkheden zorgden voor spanning, misverstanden en een onderlinge afstand die door de media alleen maar werd uitvergroot. Dit werd nog eens versterkt door een taalbarrière, waardoor zaken niet uitgesproken konden worden. In bovengenoemde aflevering geeft Longo aan dat beide wielrenster wellicht toch enigszins op elkaar lijken, wellicht qua bewijsdrang en het vermogen om pijn te lijden. Echter wanneer de wielrenstijlen van beide vrouwen beschouwd worden vanuit de motorische voorkeuren die zij inzetten wanneer er intensief gekoerst wordt dan zijn er interessante overeenkomsten en verschillen te bespeuren.
Als eerste valt op dat beide vrouwen hun motoriek horizontaal organiseren. Wanneer er een forse krachtsinspanning bergop geleverd moest worden, wezen bij beiden de ellebogen licht naar buiten. Dit is iets wat vaker bij wielrenners zichtbaar is op het moment dat zij maximaal vermogen moeten realiseren voor een sprint, een uitdagende manoeuvre moeten uitvoeren of een zware inspanning tijdens het klimmen moeten leveren, ondanks dat dit biomechanisch niet de meest efficiënte oplossing lijkt te zijn. Daarnaast zien dat bij beiden het draaipunt van de tegengestelde rotatiekrachten tussen bekken en schouders in het lumbale deel van de wervelkolom ligt. In de afgelopen Tour de France voor mannen was het verschil tussen een hoog en een laag draaipunt goed zichtbaar wanneer Tadej Pogačar (hoog) en Remco Evenepoel (laag) de Alpe d’Huez beklommen. Het verschil of de overeenkomst in spierketendominantie is minder goed te bepalen op basis van de archiefbeelden van beide wielrensters, maar kan wel bepaald worden op basis van de beelden van de ontmoeting anno 2026, waarbij ze elkaar tegemoet lopen. Hier is duidelijk te zien dat Van Moorsel een bewegingsdynamiek inzet vanuit de heupen met voornamelijk concentrische spierwerking, terwijl Longo een lichte, verende tred heeft. Tot slot zien we bij Van Moorsel een meer open houding naar de buitenwereld terwijl Longo zich meer gesloten opstelt, zowel fysiek als qua mentale houding.
Op basis van deze observaties kunnen we een eerste indicatie geven van de ActionTypes‑profielen van beide rensters. Van Moorsel vertoont duidelijke kenmerken van een G3‑ESFJ, het type dat binnen ActionTypes bekendstaat als de verzorger: mensgericht, relationeel ingesteld en gevoed door interactie met anderen. Bij Longo zien we juist veel eigenschappen van een C2‑INTP, het profiel dat wordt aangeduid als de architect: conceptueel, analytisch en sterk gericht op logica en structuur. Daarmee hebben we te maken met twee complementaire handelingsvoorkeuren, gevoel versus ratio, die elkaar in eerste instantie moeilijk weten te vinden.
Complementaire handelingsvoorkeuren kunnen aanvankelijk tot misverstanden en wrijving leiden, omdat teamleden verschillend denken en handelen. Juist die verschillen blijken echter waardevol wanneer ze zichtbaar en bespreekbaar worden: bewustwording maakt ruimte voor waardering, waardoor uiteenlopende voorkeuren elkaar gaan aanvullen. Zo verandert potentiële frictie in een bron van kracht, met een merkbare verbetering van samenwerking en teamprestaties als resultaat.
Meer weten of de handelingsvoorkeuren G3-ESFJ, C2-INTP of een ander type? Bezoek dan https://actiontypes.nl/profielen/
De aflevering van Andere Tijden Sport is te zien via deze link

Leave A Comment